Prinsjesdag ideeën van Wiebes over box 3.

Gisteren was het weer eens Prinsjesdag. Altijd een leuke pracht en praal, zeker met een Gouden Koets die gerepareerd wordt voor 1.2 miljoen. De BV Nederland is duidelijk nog niet op weg naar financiële onafhankelijkheid met dat soort getallen en onzinnige uitgaven.

dijsselbloemkoffertje

Dijsselbloem met z’n koffertje! © ANP

Naast het aanbieden van de koffertjes kwam ook onze staatssecretaris Eric Wiebes met een aantal denkrichtingen voor het bepalen van het belastbaar bedrag van het genoten rendement in box 3. Ik wens je veel leesplezier!

Positief of negatief? Aanpassing van de wijze van inkomstenbepaling BOX III

In box III betaal je 30% belasting over een forfaitair rendement van 4%. Dat wil zeggen dat de overheid heeft bepaald dat iedereen ‘geacht’ wordt een rendement te kunnen behalen van 4% op zijn of haar vermogen. Dit rendement is ooit bepaald in 2001, toen het nieuwe belastingstelsel werd opgetuigd. Over deze 4% wordt dan 30% belasting geheven, wat er voor zorgt dat je uitkomt op de welbekende 1,2% belasting over je vermogen in box III. Deze 4% staat zoals vermoedelijk wel bekend bij jullie al een tijd ter discussie.

Nu werd er gister door staatssecretaris Wiebes gesproken over drie mogelijke manieren van de bepaling van de wijze van de inkomsten in box III. Zeer relevant voor mensen die streven naar financiële onafhankelijkheid, omdat zij willen leven van hun vermogen. De te betalen belasting over hun rendement heeft een grote invloed op wanneer je financieel onafhankelijk bent.

Manier 1

De eerste variant is een vermogensaanwasbelasting. Wat houdt dit dan precies in? De fiscus kijkt op 1 januari wat het vermogen is en wat op 31 december het vermogen is. Het verschil wordt belast en moet u jaarlijks afrekenen met de belastingdienst. Dit betekent dat er wordt afgerekend over onder andere:

  • Waardestijgingen van aandelen
  • Waardestijgingen van vastgoed
  • Dividenden
  • Uitgekeerde spaarrentes

Wat zijn de mogelijke problemen hierbij?

Omdat dit jaarlijks afgerekend moet worden, kan het zijn dat er hierdoor liquiditeitsproblemen ontstaan. Stel, we hebben een vermogen van € 1.000.000 op 1 januari. Dit is onderverdeeld in:

  • € 800.000 aandelen
  • € 175.000 onroerend goed
  • € 25.000 spaarrekening

Het is een goed jaar geweest op de beurs en in het vastgoed. Uw vermogen is per 31 december het volgende:

  • € 900.000 aandelen
  • € 200.000 onroerend goed
  • € 25.000 spaarrekening

Daarnaast is er dividend uitgekeerd ter grootte van bruto € 50.000. De dividenden worden op de te betalen belasting hierover na, gebruikt om van te leven

De vermogensaanwas in dit geval is € 100.000 (aandelen) en € 25.000 (onroerend goed). Dit wordt belast tegen 30%. Dit betekent dat u een belastingaanslag krijgt van € 125.000 x 30% = € 37 500. Daarnaast moet er dus nog worden afgerekend over de ontvangen dividenden. Dit is € 50.000 x 30% = € 15.000. Totale belastingaanslag: € 52.500.

Oftewel, veel meer dan aan cash beschikbaar is. Daarom is deze maatregel niet zo prettig voor financieel onafhankelijken, omdat zij om hun leven te bekostigen afhankelijk zijn van goede rendementen. En omdat die nu eenmaal makkelijker te behalen zijn op de beurs en in het vastgoed, zal dit een groot deel uitmaken van hun portefeuille. Om de belastingaanslagen te kunnen betalen bij goede jaren zijn ze dus genoodzaakt een groter deel van hun vermogen in cash of direct liquide te maken assets aan te houden. Wat het rendement drukt en wat er voor zorgt dat er een groter vermogen nodig is om financieel onafhankelijk te worden.

Effectieve belastingdruk

De effectieve belastingdruk is in dit voorbeeld exact gelijk aan de werkelijke te betalen belasting en belastingberekening, doordat zowel koersstijgingen als werkelijke uitkeringen direct in het jaar belastbaar zijn. De effectieve belastingdruk is dus 30%.

Manier 2

De tweede variant is de vermogenswinstbelasting. Winst wordt belast op het moment dat die wordt genoten. Dit betekent dat er jaarlijks wordt afgerekend over het volgende:

  • Uitgekeerde spaarrentes
  • Genoten dividenden
  • Rendement onroerend goed
  • Gerealiseerde koerswinst bij verkoop aandelen
  • Gerealiseerde winsten bij verkoop overige vermogensbestanddelen

Waarom is dit de meest ideale vorm van vermogensbelasting voor een FO’er?

Omdat zij moeten leven van hun vermogen. En daarvoor maken zij vaak gebruik van een buy and hold strategie, waarbij aandelen eenmaal worden gekocht, maar nooit meer worden verkocht. Dit betekent dat gerealiseerde koerswinsten nooit belast zullen gaan worden en je dus enkel belasting hoeft te betalen over het dividend dat je uitgekeerd krijgt?

Hoe werkt dat dan in de praktijk?

Hoe dat dan werkt? Laten we even dezelfde voorbeelden pakken als uit variant 1.Voor de volledigheid hier nog eenmaal:

Stel, we hebben een vermogen van € 1.000.000 op 1 januari. Dit is onderverdeeld in:

  • € 800.000 aandelen
  • € 175.000 onroerend goed
  • € 25.000 spaarrekening

Het is een goed jaar geweest op de beurs en in het vastgoed. Uw vermogen is per 31 december het volgende:

  • € 900.000 aandelen
  • € 200.000 onroerend goed
  • € 25.000 spaarrekening

Daarnaast is er dividend uitgekeerd ter grootte van bruto € 50.000. De dividenden worden op de belastingen hierover na, gebruikt om van te leven.

De belastingaanslag valt in dit voorbeeld veel lager uit. Er wordt slechts belasting betaald over € 50.000 (de ontvangen dividenden). Dit betekent een belastingaanslag van € 50.000 x 30% = € 15.000.

Effectieve belastingdruk

Het genoten rendement in werkelijkheid is € 100.000 (koersstijging aandelen) + € 25.000 (waardestijging onroerend goed) + € 50.000 dividend = € 175.000. De effectieve belastingdruk hierover is dus € 15.000 / € 175.000 = 8.6%

Manier 3

De derde variant is echt een draak van een idee. Volkomen onuitvoerbaar in mijn ogen en voer voor discussies bij de Hoge Raad. Het idee is als volgt:

In het derde alternatief speelt het forfaitair rendement een hoofdrol, maar dan wel toegesneden op de individuele belastingbetaler. Aan het begin van het jaar wordt zijn vermogen toegerekend aan de bestanddelen spaargeld, aandelen, obligaties, onroerend goed en overige. Na afloop van het jaar wordt voor elk van deze bestanddelen het gemiddelde macrorendement berekend. Aan de hand van de vermogensmix en deze rendementen stelt de fiscus per belastingplichtige vast wat zijn belastbaar inkomen uit vermogen is.

© Financieel dagblad 20 september 2016

Deze variant is ook minder, omdat ook in deze macrorendementen rekening wordt gehouden met koersstijgingen en hierover direct zal moeten worden afgerekend. Helaas kan ik hierbij geen voorbeeldberekening laten zien.

Manier 4

Manier 4 is natuurlijk het huidige systeem in stand houden. Wat zou dit betekenen voor onze voorbeeldportefeuille?

Om te beginnen is het belangrijk om te weten dat de te betalen belasting over Box 3 bepaald wordt aan de hand van het vermogen per 1 januari, waarop zoals hierboven een forfaitair rendement van 4% zou worden gemaakt. Ons vermogen per 1 januari is net als in de voorbeelden hierboven € 1.000.000.

Er wordt geacht een rendement gemaakt te zijn van 4%. € 1.000.000 x 4% = € 40.000. Dit wordt nog steeds belast tegen 30%, wat een belastingaanslag oplevert van € 40.000 x 30% = € 12.000.

Effectieve belastingdruk

Het genoten rendement in werkelijkheid is € 100.000 (koersstijging aandelen) + € 25.000 (waardestijging onroerend goed) + € 50.000 dividend = € 175.000. De effectieve belastingdruk hierover is slechts € 12.000 / € 175.000 = 6.8%.

Conclusie

Die good old 4% forfaitair rendement valt nog erg gunstig uit voor mensen met FO plannen en grote delen van hun geld geïnvesteerd in aandelen (en daarbij naar verwachting een hoger rendement). Maar, inmiddels is wel duidelijk dat deze manier van rendementsbepaling niet langer houdbaar is door politieke druk, doordat de kleine spaarder in deze tijden dit rendement nooit gaat halen op zijn spaarrekening.

Daarom hoop ik van harte dat staatssecretaris Wiebes er voor gaat pleiten om variant 2 in te voeren. Voor een FO’er is dit vele malen interessanter dan variant 1 en 3, zeker indien er gebruik wordt gemaakt van een buy and hold strategie en indien er getracht wordt het vermogen in stand te houden. Er wordt dan namelijk alleen belasting betaalt over de ontvangen dividenden en spaarrentes, koerswinsten of waardestijgingen worden pas belast op het moment dat de aandelen of het onroerend goed verkocht worden.

Dit laat zich het beste zien in de te betalen belasting over een jaar. In variant 2 is de te betalen belasting namelijk (€ 52.500 – € 15.000) / € 52.500 = 71.4% lager dan in variant 1. En dat betekent dat er jaarlijks € 37.500 extra cash over is. Toch een heel leuk bedrag!

Naast dat het veel interessanter is voor de FO’er, is het ook de meest makkelijke manier van het doen van de aangifte inkomstenbelasting. Er hoeft geen rekening gehouden te worden met winsten of verliezen op de aandelenbeurs. En dus ook niet met verrekenbare winsten of verliezen in box 3 en de bijbehorende latente belastingclaims. Dit zal de aangifte inkomstenbelasting een stuk makkelijker maken dan wanneer gebruik wordt gemaakt van variant 1 en 3.

*Voor onroerend goed wordt in dit voorstel gerekend met een forfaitair rendement. Staatssecretaris Wiebes wil de aangifteplichtigen graag een ingewikkelde administratie besparen. Leuker kunnen we het niet maken, wel makkelijker! Al ben ik ook hier voorstander van een belasting op het werkelijk genoten voordeel.

 

 

 

Advertenties

10 gedachten over “Prinsjesdag ideeën van Wiebes over box 3.

  1. mooie uiteenzetting! Strategie 1 is vooral raar, omdat het vermogen zeer hard kan fluctueren. Om consequent te zijn zou een afname van vermogen dan negatief belast moeten worden.
    In dit eerste geval is het ook belangrijk waarom je aandelenportefeuille meer waard is geworden. Heb je aandelen bijgekocht, of zijn de aandelen meer waard geworden?
    Om dezelfde reden zou ik bij manier twee de winst of verlies bij verkoop niet meenemen in de belasting.

    Bedenk trouwens ook dat de vergelijking niet eerlijk is. Ik heb namelijk het vermogen dat er bij methode 1 veel meer belasting wordt geind dan bij methode twee. Om toch ongeveer gelijk uit te komen, zou het percentage bij methode 1 aanzienlijk omlaag kunnen.

    Like

    • Bedankt voor het compliment! Eens met je opmerking, een negatief resultaat zal dan verrekend moeten worden met latere jaren of met box I.

      Overigens gaat men er op Financiën vermoedelijk vanuit dat bij het gebruik van manier 2, iedereen ooit zijn aandelen zal verkopen. Daarom dat ze de belasting pas willen innen op het moment van realisatie, dus bij verkoop. Iemand die naar FO streeft zal, zoals ik hierboven ook noemde, zijn aandelen echter niet verkopen. Andere mensen doen dat vaak wel.

      Like

  2. Pingback: Box 3 en Prinsjesdag – Geldnerd.nl

  3. Wat een duidelijke uiteenzetting, compliment! Varianten 1 en 3 zijn natuurlijk een drama, als je bijvoorbeeld de koersschommelingen van 2008 en 2009 bekijkt. In 2008 betaal je niets maar krijg je ook geen belasting terug terwijl je aandelenvermogen tientallen procenten gekelderd is, maar in 2009 mag je gigantisch afrekenen omdat de beurs hersteld is.

    Like

    • Strategie 1 zou wel kunnen, maar dan moet je ook rekening houden met verrekenbare verliezen. Een jaar als 2008 zou er dan voor zorgen dat er een negatief inkomen uit Box 3 ontstaat, wat weer verrekend kan worden met komende jaren. Of, wat verrekend kan worden met het inkomen uit de andere boxen. Dat is ook hoe het op dit moment verloopt met winst uit onderneming. Een negatief resultaat kan verrekend worden met een positief resultaat uit latere jaren. Of, een positief resultaat kan verrekend worden met een negatief resultaat uit eerdere jaren.

      Like

  4. Zoals hierboven al ene paar keer gemeld, mooi overzicht en een goed stuk. Dank hiervoor.
    Zelf ook al zitten spelen met het Box 3 belasting verhaal. Kwam er ook al achter dat die 4% zo slecht nog niet is, zeker als je werkelijke rendement een stuk hoger ligt (in dit geval wordt je effective belastingdruk een stuk lager natuurlijk).
    Voorlopig maar rekening gehouden met het nieuwe Box 3 stappenplan voor belasting in 2017 zoals vermeld op de site van de belastingdienst, gaat toch nog wel een paar keer veranderd worden voordat wij FI zijn….

    Like

    • Ja, voorlopig kun je niet anders dan met dat nieuwe plan rekening houden voor de komende jaren. Voor de lange termijn zou ik rekening houden met een effectieve belastingdruk van rond de 30%, denk dat je daarmee wel redelijk goed zit.

      En inderdaad, voordat dat het geval is zijn er vast nog wel weer een paar nieuwe varianten doorgevoerd ;).

      Like

  5. Duidelijk uitgelegd. De pijn wordt soms wel wat verzacht vanwege de algemene heffingskorting: indien er geen of weinig box 1 inkomen is, wordt de gehele of het grootste deel van de algemene heffingskorting gebruikt om de te betalen belasting over box 3 te verminderen. Dat verlaagt ook het liquiditeitsprobleem van variant 1. Vooral relevant voor diegenen die nog geen AOW en/of pensioen ontvangen!

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s